Rechtspraak: moeite met vele open normen coronawet

Uitspraak - Bleijerveld Juridisch advies blog

Het is nog onduidelijk welke gevolgen het wetsvoorstel Tijdelijke wet maatregelen COVID-19 heeft voor (de grondrechten van) burgers. De Raad voor de rechtspraak vraagt het kabinet daarom in een wetgevingsadvies (pdf, 813,1 KB) om meer helderheid op dit punt. Met het wetsvoorstel wil het kabinet voor de langere termijn een wettelijke basis bieden voor maatregelen ter bestrijding van het coronavirus.

De Raad begrijpt dat het wetsvoorstel onder zeer grote tijds- en maatschappelijke druk tot stand is gekomen en onderschrijft het belang ervan. Maar omdat dit wetsvoorstel en de (nog onbekende) daarop gebaseerde regelgeving, beperkingen van grondrechten kunnen opleveren, is zorgvuldigheid geboden. Het gaat daarbij om grondrechten zoals het recht op privacy, family life, de vrijheid van vereniging, vergadering en betoging en de godsdienstvrijheid. De Raad mist in de toelichting bij het wetsvoorstel een uitgebreide toets aan de Grondwet en internationale (mensenrechten)verdragen. Vooral omdat nu nog onduidelijk is hoe lang de mogelijke inbreuk op deze grondrechten gaat duren.

Flexibiliteit tegenover duidelijkheid

Het valt de Raad op dat veel normen in het wetsvoorstel ruim zijn geformuleerd. Begrijpelijk vanuit de beoogde flexibiliteit, maar vanuit het oogpunt van rechtszekerheid onwenselijk. Het moet voor burgers helder zijn wat de regels zijn waar ze zich aan moeten houden. Ook voor handhavers en rechters is het belangrijk dat bepalingen helder zijn, omdat anders het risico bestaat op ongelijke toepassing en daarmee rechtsongelijkheid.

Meer aandacht voor kwetsbare groepen

Ook vindt de Raad dat er in het wetsvoorstel meer aandacht moet zijn voor de bijzondere positie van kwetsbare groepen zoals slechtzienden en mensen met een licht verstandelijke beperking. Die groepen kunnen extra moeite hebben met het naleven van deze wet. Bij de verdere uitwerking van het wetsvoorstel vraagt de Raad die aandacht ook als het gaat om de positie van jongeren.

Zittingen en gerechtsgebouwen

In het wetsvoorstel wordt er voor zittingen geen uitzondering gemaakt als het gaat om het maximaal aantal personen dat in groepsverband (in de zittingszaal) bij elkaar mag komen. De Raad vraagt de minister om ook zittingen als uitzonderingscategorie toe te voegen.

Verder vraagt de Raad in zijn advies aandacht voor het bijzondere karakter van gerechtsgebouwen, waarin openbare rechtspraak plaatsvindt. De Raad vindt het wenselijk om meer aandacht te besteden aan de onafhankelijke positie van de Rechtspraak, de rol van de ministers voor Rechtsbescherming en van Justitie en Veiligheid en de Raad voor de rechtspraak waar het gaat om de (gedeeltelijke) sluiting van gerechtsgebouwen en de bevoegdheid om daar maatregelen te treffen ter bestrijding van het virus.

Zie ook:

Zie ook: alle wetgevingsadviezen van 2020 van de Raad voor de rechtspraak.